zenzele

Zo ver ik weet is dit het enige book dat door deze arts en neurochirurg J. Nozipo Maraire (Southern Rhodesia / Zimbabwe, 1964) werd gepubliceerd. Tegenwoordig is zij drukker met haar medische werk zowel in de Verenigde Staten als zuidelijk Afrika, dan met haar schrijfwerk.

In dit boek schrijft een moeder aan haar dochter Zenzele. Het is de droom van Zenzele om aan de beroemde universiteit van Harare te studeren (waar de schrijfster zelf ook studeerde) en nu wil haar moeder haar wisheid en haar moederlijke zorg en meeleven met haar dochter, die inmiddels in Harvard is, delen. Moeder woont in Harare, de hoofdstad van Zimbabwe, en behoort tot de gegoede klasse.

In veel brieven vertelt moeder over allerlei zaken (familie, traditie, politiek, vrijheidsstrijd enzovoorts) aan haar dochter.Maar deze brieven zijn meer essays dan brieven, het persoonlijke accent is minder duidelijk aanwezig dan je zou verwachten in brieven.

Moeder schrijft over een familielid Byron (neef? broer?) die naar de universiteit van Oxford ging om daar te studeren. Na 15 jaar komt hij terug, met zijn Britse vrouw, voor een kort bezoek, maar deze ver-engels-te Byron voelt zich niet meer thuis op de plek waar hij vandaan is gekomen. Byron is als een vermiste Afrikaanse intellectuele soldaat op het westerse slagveld.

Dit familielid is niet de enige die in het buitenland studeerde, ook de vader van Zenzele verbleef vele jaren in het buitenland. Hij studeerde in New York (USA). Hij kwam weer naar huis en werkte als advocaat, die de vrijheidsstrijd ondersteunde en hij ondersteunde mensen die zich geen dure advocaat konden veroorloven. In de beschrijving van sommige van zijn contacten lijkt de fantasie wat aan de haal gegaan zijn met de schrijfster, maar het is ook een roman.

Moeder schrijft aan Zenzele over de liefde, haar eigen liefde voor een kunstenaar die opgeblazen werd door terroristen. Toen ze aan een Pedagogische Academie studeerde leerde zij haar man kennen die toen al werkte als advocaat. Hun liefde ging in slow motion, ze namen de tijd om hun liefde zich te laten ontwikkelen.

In de beschrijving van de vrijheidsstrijd in het voormalige Rhodesië lijken de mensen soms wat karikaturaal, maar ik was er toen niet bij. Misschien was het leven toen eenvoudig, helder, zwart-wit. Moeder erkent dat zij niet heeft gevochten, zij heeft liefde gegeven, maar zij vraagt zich af of ze niet meer had moeten doen.

De plaats van de kerken komt ook aan bod. Hebben de kerken de mensen aangemoedigd om de bestaande situatie te aanvaarden? Moeder heeft, in het bijzijn van Zenzele, een mystieke ervaring in het kerkgebouw van een lokale kerkgemeenschap.

Aan het einde van het boek schrijft zij: “Je vriendin, Mama”.  Dat lijkt mij meer een westers benadering dan een Zimbabweaanse benadering. In het westen is je moeder eerder je beste vriendin dan in menig Afrikaans land.

Soms wordt er wat generaliserend geschreven over Afrika dit en Afrika dat.  Er is niet één verhaal over Afrika. De situatie in Zimbabwe is heel anders dan die in Marokko. Het is één continent met vele verhalen. Misschien zien westerse uitgeverijen graag dat er één verhaal uit Afrika komt: één Afrika, één verhaal. Maar Afrika is veelkleurig en veelzijdig. 

J. Nozipo Maraire – Zenzele. Brief aan mijn dochter – 1996

 

ijsvogel

Vanmorgen liep ik met Hond langs de bekende beek op de bekende oever. In de verte zag ik de stronk van de omgevallen boom, waar volgens een lokale legende een ijsvogel huist. Ik zag op de over het water buigende tak een vogeltje zitten, maar dacht dat het een roodborstje was.

Toen ik naderbij kwam vloog het vogeltje op en scheerde in een strakke lijn vlak boven het water. Ik zag de schittering van de kleuren op het vogeltje en toen wist ik dat het roodborstje veranderd was in een ijsvogeltje (deze verandering komt niet voor in de lokale legende).

Even verder hoorde ik een vogel kloppen op hout, even voorbij de uil in de holte van de boom. Ik keek omhoog en zag de specht aan het werk.  Het was geen specht met een groot doorzettingsvermogen want hij hipte van de ene plek naar de andere en probeerde dan met een paar ferme tikken iets tot stand te brengen. Probeer het gewoon op één plek, denk ik dan. 

haiku van de week psalm 65

u, achter de ploeg,

snijdt voren in de akker

koren wuift en zingt

naar aanleiding van psalm 65

in de octopus (2)

Vanmorgen ben ik weer naar het zwembad geweest, ditmaal zonder begeleiding, want mijn bed-, bad- en broodgenote was verhinderd wegens een vergadering.

De papieren om mij aan te melden voor dit selecte gezelschap heb ik ingeleverd. Volgende week krijg ik een pasje om het water mee in te kunnen gaan.

Eerst trok ik een paar baantjes en toen ik dat niet meer trok ben ik een bad met zeer warm water ingedaald. Daarna kon de pret beginnen in het oefenbad. Vandaag werd er gewerkt met behulp van een bal die over het water, door het water enzovoorts behandeld moest worden.

De muziek werd weer gestart en de oude klanken klonken door de ruimte met die fantastische akoestiek. Het eerste wijsje leek verdacht veel op het oorspronkelijke ritme van de regen en de eenzaamheid. En toen schalde het tweede nummer uit de boxen: This land is your land, met de tekst van mijn goede vriend Woody Guthrie. In deze versie zong Woody niet, ik vermoed dat het Trini Lopez was. Enkele ouderen neurieden mee. Dat doet goed ☺ .

want mens en dier hebben het zelfde lot

Jane Goodall, de chimpanzee dame uit Tanzania, heeft dit boek geschreven samen met de Noord Amerikaan Marc Bekooff, een etholoog. Bekoof kwam op de gedachte van de Tien Opdrachten, die het menselijk deel van de dierenwereld moet uitvoeren in de omgaan met de andere dieren in de wereld. Fundamenteel in hun benadering is hun opvatting dat de mens een dier is. Zij benaderen dieren op basis van hun individualiteit, ieder dier heeft een persoonlijkheid. 

De Tien Opdrachten in het boek doen mij denken aan de Tien Geboden, die we vinden in de bijbel. In dit boek vinden we ook enkele gedachten over de plaats van de mens in God’s schepping. De opvatting van de twee schrijvers staat haaks op de judeo-christelijke traditie (en ook de islamitische traditie?). De Nederlandse titel is is wel uit die traditie, namelijk  uit het boek Prediker  (hoofdstuk 3:19), waar het gaat over de dood van zowel mens als dier.

De aandacht in dit boek is niet gericht op de mensensoort in het k0ninkrijk der dieren. Op deze manieren worden deze dieren een beetje verwaarloosd, zelfs wanneer wij deze dieren liefhebben (de Engelse ondertitel luidt: What we must do to care for the animals we love). Daarom is de Nederlandse titel van het boek ook wat verwarrend, want daar worden mens en dier apart genoemd.

In de Tweede Opdracht wordt genoemd dat wij eerbied voor al het leven dienen te hebben. Dit doet mij denken aan die andere blanke die in Afrika is gaan werken: Albert Schweitzer. Met veel van de opdrachten zijn goede dingen te doen (samenwerken om de natuur te beschermen, de moed om op te treden enzovoorts).

Dit boek is sterk gericht op de Noord Amerikaanse markt, met veel voorbeelden van bedreigd dierenleven daar (over bedreigd mensenleven lees je dan weer weinig, bv misdaad, abortus). Niet zo veel over Afrika, waar toch de nodige problemen zijn met stroperij. Vaak worden die problemen in stand gehouden door een corrupte overheid en handelsbelangen met Aziatische landen waar ivoor en hoorn van de neushoorn gewild zijn).

Er is nauwelijks aandacht in het boek voor de ver-huisdier-ing in de westerse maatschappij, de enorme hoeveelheid huisdieren. Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn is het niet goed wanneer grote honden gehouden worden op een klein flatje. En wat te denken van sportvissen? 

Hoewel de schrijvers afscheid hebben genomen van de judeo-christelijk kijk op de mens, waait er toch een religieuze bries door het boek.

Jane Goodall en Marc Bekoff – “Want mens en dier hebben hetzelfde lot…”  – 2003

stadsderby

 Waar is de Koningsdag beroemd door geworden?

Juist, door de onovertroffen stadsderby. 

In Utrecht wordt op het Sportpark Rijnvliet (ten westen van de snelweg A2) jaarlijks op de nationale feestdag de stadsderby gehouden. De twee plaatselijke rugbyclubs komen tegen elkaar in het strijdperk. Dat er in één plaats twee rugbyclubs zijn lijkt mij heel bijzonder.  

20150427 0929 utrecht rugby martin

oefenen van de inworp voorafgaande aan de wedstrijd

 

In Utrecht is de ene club de Utrechtse Rugby Club (URC), van deze vereniging is Martin lid. Hij speelt met nummer 23 op zijn rug. De andere club is er één van studenten van de plaatselijke universiteit en wellicht ook van de HBO-opleidingen. Deze club/vereniging draagt de fraaie naam Utrechtse Studenten Rugby Society (USRS) (dus niet vereniging of club, nee: Society!). 

20150427 1044 utrecht rugby martin

Als eerste wedstrijd staat op het programma het derde van URC tegen het derde van USRS (daarna het tweede van elk, en als laatste het eerste van elke vereniging of Society). We komen aan op het veld wanneer de beide ploegen bezig zijn met de warming-up. Het lijkt dat bij de studenten nog enkele lang-studeerders aanwezig zijn. URC speelt een thuiswedstrijd. De vereniging beschikt over een fraaie accomodatie met kleedkamers en kantine, de twee velden zijn eigendom van de gemeente (van onze belastingcenten, dus!).

20150427 1053 utrecht rugby martin

De wedstrijd is een ongelijke strijd. De studenten dienen nog heel wat studie te verrichten voordat ze tegen de grote jongen op kunnen. Martin speelt de tweede helft, wanneer de voorsprong van de URC razendsnel wordt uitgebouwd.  Ik ken de puntentelling niet, maar de cijfers naderden gevaarlijk dicht de honderd (nou ja, het zijn er 65). De studenten slaagden er geen moment in om een punt te scoren. 

20150427 1113 utrecht rugby martin

 Na de wedstrijd wordt nog wat puntjes op de i gezet, in het bijzijn van de ref die voor de gelegenheid een oranjeshirt had aangetrokken. 

20150427 1118 utrecht rugby martin willy

 

Na de wedstrijd is er nog een fotomomentje met één van de trouwste en luidruchtigste supporters aan de zijlijn. Het is voor ons de eerste kennismaking met een rugbywedstrijd in levende lijve. Het is goed bevallen.

altijd wat te doen

Op ons winkelcentrum is altijd wat te doen.

Vandaag was er een braderie, dat betekent dat de winkeliers hun waar niet alleen binnen maar ook buiten aanbieden. Tussen de kramen van de bekende winkeliers staan wat oude ambachten en poffertjes verdekt opgesteld.

Op een pleintje klonk ruige muziek en dansten mensen wild in het rond.

P1010956

 

P1010953